maandag 23 maart 2009

Winkelconcept in Nieuwleusen

Donderdag 19 maart kwam een groep van vijftig bibliothecarissen-collectievormers uit de provincie Overijssel naar Nieuwleusen om bijgepraat te worden over actuele ontwikkelingen op het gebied van collectievorming en inrichting.

Na presentaties van Leo Hornig en Rommie Eisma hebben Margot en ik wat laten zien van het proces in Nieuwleusen:

Presentatie Winkelconcept in de praktijk - Nieuwleusen

Meer achtergrondinformatie hierover.

Zie ook dit nieuwsbericht van RTV Oost van 24 maart

woensdag 18 maart 2009

Bicatplaatsing

Dit keer een wat (bibliotheek)technisch onderwerp: de bicatplaatsing. Een boek (of ander bibliotheekmateriaal) wordt in een bibliotheek gekoppeld aan een algemene titelbeschrijving in de catalogus. Die algemene beschrijving is voor iedereen gelijk, maar per bibliotheek is het mogelijk om aan een specifiek exemplaar met specifiek objectnummer allerlei specifieke kenmerken te hangen. Dit is handig, zo kun je de bijvoorbeeld de specifieke vindplaats van elk medium aangeven, zodat het snel en gemakkelijk vindbaar is.
Het Bicat-bibliotheeksysteem voorziet in de mogelijkheid om de bibliotheekindeling (in afdelingen, kasten en bewegwijzering) in te voeren. Als je dat doet, krijgen de nieuwe materialen in principe automatisch de juiste extra specifieke kenmerken toegedeeld van de bibliotheek waar het materiaal staat. Bij eventuele verhuizing van het boek naar een andere bibliotheek zoekt het bicat-systeem automatisch naar het indelingssysteem van de nieuwe bibliotheek. Het is daarbij in vele gevallen mogelijk om de voorstellen te overrulen en handmatig een en ander aan te passen aan een specifieke, lokale wens van dat moment.
Deze functies kunnen veel handwerk besparen. Maar dan moet de indeling van je bibliotheek wel goed zijn ingevoerd in het bicatsysteem. En omdat die indeling in geen enkele bibliotheek statisch is, moeten wijzigingen ook direct doorgevoerd worden.

Nu werken we in de praktijk al een aantal jaren met Bicat. Bij de overgang in 2001 was het bicatplaatsingssysteem nog niet ingeregeld en het heeft ook even geduurd voordat er voldoende kennis vergaard was om dit voor het netwerk in Overijssel in zijn totaliteit en voor iedereen afzonderlijk goed te kunnen regelen. Daarbij speelde een rol dat er op dit gebied ook heel veel exemplaarkenmerken uit het oude ALS-systeem zijn overgeheveld naar het nieuwe systeem en dat was deels handig, want zo wisten we nog steeds waar een boek te vinden was. Maar deels ontnam ons dat ook een beetje het zicht op de krachtige mogelijkheden die het Bicatssysteem op dit gebied heeft. Inmiddels is er wel zoveel kennis opgedaan, dat we kunnen stellen dat het goed inregelen van lokale bicatplaatsing voor een bibliotheek een hoop tijdwinst kan opleveren en dat dit tot nagenoeg probleemloze juiste vindbaarheidskenmerken in de catalogus leidt.

Omdat we nog met oude vindbaarheidskenmerken zitten, maar ook omdat er tot nu toe bij heel veel materialen in onze vestigingen regelmatig handmatig specifieke exemplaarkenmerken gecorrigeerd en aangevuld worden, blijven we zitten met belangrijke aantallen media met handmatige toegevoegde plaatsingskenmerken. Die willen we niet kwijt met het oog op de juiste terugvindbaarheid in de catalogus, heel begrijpelijk.
Maar dat blokkeert ons vervolgens in het draaien van controle- en herstelprogramma’s in ons bibliotheeksysteem. Daarbij wordt dan op grond van de algemene titelbeschrijving in de catalogus en het ingevoerde lokale plaatsingssysteem de automatische plaatsingskenmerken toegekend aan een specifiek exemplaar èn worden de handmatig toegekende kenmerken verwijderd.

Er zijn twee belangrijke redenen waarom dat controle- en herstelprogramma in de praktijk niet uitgevoerd kan worden. In de eerste plaats baseert het controle- en herstelprogramma zich op de algemene indelingskenmerken in de titelbeschrijving en kan specifieke maatwerkkeuzes die in de lokale bibliotheek gemaakt zijn, niet voldoende honoreren. Zo zal een kast “Waargebeurd” in een bibliotheek niet op die manier gehonoreerd kunnen worden. De oplossing vinden we in het blokkeren van deze kast voor herindeling via het controle- en herstelprogramma van het bicat-plaatsingsysteem, dat dat betekent dan weer dat oude, handmatig toegekende kenmerken niet verwijderd zullen worden.
Een andere belangrijke reden is dat we allerlei handmatig toegekende elementen (zoals volgnummers bij dvd’s) niet kwijt willen.

Bij bicatrapportages blijkt regelmatig, dat de huidige situatie tot vertekening leidt. Beslissingen die in het verleden op goede gronden genomen werden, met het oog op een juiste presentatie in de catalogus, zou ik nu willen bijsturen met het oog op correcte rapportages.
In het verleden zijn we rond collectioneringsprojecten wel eens tegen de beperkingen van de huidige rapportages aangelopen, nu we sterk op het winkelconcept inzetten, komen we dezelfde problematiek weer tegen.
Laat ik even nuanceren: de huidige bicatrapportages zijn op het gebied van allerlei statistische gegevens betrouwbaar genoegd.
Maar mijn stelling is, dat op het gebied van collectiebeleid – het hart van het bibliotheekwerk – betrouwbaarheid van cruciaal belang is. Er worden beslissingen genomen over collecties, collectieonderdelen en wat vestigingen wel of niet aanbieden aan klanten. Als er aantoonbaar onjuiste rubriceringen plaatsvinden in relevante aantallen, worden beoordelingen van vestigingscollecties (op onderdelen) en vergelijkingen met prestatiecijfers van andere vestigingen onbetrouwbaar en leidt dit alles mogelijk tot verkeerde beslissingen. Daar moeten we wat aan doen!

Ik wil daarom pleiten voor een strakkere, centralere regie voor het bicatplaatsingssysteem. Per vestiging wordt in kaart gebracht wat er nodig is voor de juiste plaatsingskenmerken in de catalogus. Dat wordt ingevoerd, zodat zoveel mogelijk automatisch goed geplaatst wordt.
Voor een limitatief aantal keuzemogelijkheden/toevoegingen wordt een handleiding gemaakt, waar lokaal mee gewerkt kan worden. Bij voorkeur worden alle mogelijkheden die niet nodig zijn op lokaal niveau, op grijs gezet (= buiten werking).
Bij voorkeur worden de afspraken per vestiging zoveel mogelijk op elkaar afgestemd, dat leidt dan ook tot een stroomlijning van eea in de catalogus. Daarvoor zou een provinciale projectgroep (met een mandaat) in het leven geroepen kunnen worden.
Mijn verwachting is dat dit zal leiden tot meer profijt van het bicatsysteem, een helderder, overzichtelijker plaatsingssysteem en last but not least: tot betere rapportages!


http://docs.google.com/Present?docid=dk5xkgk_6gvpwsngx&invite=hm3x6nn

woensdag 4 maart 2009

Website-gebruikerstest

Een inspirerend en overzichtelijk boekje over het testen van websites:

De flaptekst meldt:

Als u wilt dat uw website of intranet goed functioneert, zult u hem moeten testen bij mensen uit de doelgroep. Dat is de beste en snelste manier om erachter te komen op welke problemen gebruikers kunnen stuiten en hoe u die kunt elimineren.
Het uitvoeren van een gebruikstest (ook wel usability test genoemd) is niet moeilijk: u zet een paar mensen achter de site, laat hen uit zichzelf dingen doen, geeft hen opdrachten en stelt hen een aantal vragen over de site, en u ziet wat er bij het gebruik van de site mis kan gaan en welke verbeteringen noodzakelijk zijn.
Dit boek gaat in op de gebreken die in websites en intranets kunnen sluipen en legt uit hoe u die met een gebruikstest kunt opsporen. Het is een praktische handleiding voor het testen van websites, intranets, concepten, formulieren en applicaties. Het is geschreven voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling van websites en intranets en voor mensen die zich verder willen toeleggen op het testen daarvan.

Met name als je de testresultaten niet aan derden hoeft voor te leggen en mogelijk voor die verslaglegging extra moet investeren, kun je snel aan de slag. Met enkele sessies kun je al heel veel resultaat behalen. Daar moet je wel een aantal belangrijke uitgangspunten en werkmethodes hanteren, maar daar geeft de auteur heel praktische en heldere uitleg over.

Ik vond het erg inspirerend en wil hier mee aan de slag. Voor de huidige website (http://www.bibliotheekhardenberg.nl/), maar binnenkort misschien ook met de gezamenlijke Overijsselse website voor bibliotheken. De notie dat het bij een ontwikkeling van een website vaak gaat over de technische- en vormgevings-aspecten (en dat het daarbij regelmatig gebeurt dat de gebruiker te ver uit beeld raakt), geeft genoeg motivatie om een vorm gebruikersonderzoek in de plantontwikkeling mee te nemen.

Meer informatie op de website van de auteur: Ben Vroom

vrijdag 13 februari 2009

Evaluatie 23 dingen

Op http://www.23dingen.nl/ maak je in 23 oefeningen kennis met Web 2.0, wat je er persoonlijk mee kan doen en hoe je het kan toepassen in de bibliotheek waar je werkt.



In Overijssel zijn vorig jaar meer dan 400 deelnemers gestart met deze cursus. Ook in het Overijsselse Vechtdal waren er veel collega's die mee wilden doen. Om precies te zijn: in Hardenberg hadden we 19 starters, in Dalfsen-Nieuwleusen en Staphorst zijn we met 17 mensen begonnen. Enkelen zijn in de loop van de tijd gestopt om 'externe redenen' (bijvoorbeeld ziekte).



Het was niet verplicht om mee te doen. Dat heeft als voordeel dat je met gemotiveerde mensen werkt. En die motivatie is wel belangrijk en nodig om zo'n cursus vol te houden. Omdat in onze situatie de mensen op verschillende locaties en op verschillende tijden (parttime) werken, is de kans op onderlinge contacten en stimulering van elkaar een stuk kleiner dan in bijvoorbeeld situaties waar je elkaar dagelijks ontmoet op een kantoor. En als je elkaar niet goed kent, waarom zou je dan op elkaars stukken reageren op een weblog? De drempel is dan soms net iets te hoog.

Er waren collega-bibliotheken die wel iedereen verplichtten om mee te doen. OK, dat kan, maar het blijft dan een aandachtspunt dat er toch mensen zijn die om specifieke redenen dit niet kunnen of willen doen en het bepalen van de grens wie wel en niet meedoet vergt dan meer aandacht. Ook is dan een aandachtspunt dat je op moet letten dat de mensen die wel verplicht worden en niet erg gemotiveerd zijn, wel op de juiste manier aandacht moet geven en er bij moet betrekken, anders dan stralen ze mogelijk hun desinteresse te veel uit naar anderen.



Maar goed, dat speelde dus bij ons minder. Dat neemt niet weg dat de meeste cursisten in het begin best moeite hebben met het inspelen op de gang van zaken in de cursus. Na een eerste introductie alles verder zelf uitzoeken, is voor veel mensen een hobbel en sommigen komen daar niet overheen. Wat je ook aanbiedt: stuur een mail, schrijf je problemen op je weblog, vraag het aan je collega of aan je begeleider, sommigen ervaren het zelfstandig aan een opdracht werken toch als te individualistisch en de voorgestelde manieren om hulp te vragen worden niet (optimaal) benut. En dan speelt er soms ook nog wel eens het probleem van een oude pc met krakkemikkige software de deelnemers parten.



Het is en blijft een soort van schriftelijke cursus, waar je discipline en doorzettingsvermogen voor op moet brengen. Het blijkt daarbij echt het beste om te proberen je aan ongeveer twee dingen per week te houden, dan kun je in het tijdsbestek van een drietal maanden de hele cursus doorlopen. Dan blijft het leuk, dan zakt het niet allemaal weg en dan komt er op een gegeven moment de schwung wel in. De deelnemers die voorbij ding 8 en 9 komen, hebben over het algemeen de smaak wel te pakken en komen er wel.

Maar het valt de meesten niet direct licht om aan het begin de manier te vinden die bij henzelf en deze cursus past. Het is soms wat passen en meten, wat moet je precies doen en wat niet, hoeveel tijd moet ik hieraan besteden, moet ik dat allemaal bestuderen? De tip: stel jezelf een duidelijk leerdoel en begrens de tijd die je aan een ding besteedt, is niet altijd gemakkelijk uitvoerbaar. Als je nog niet goed weet waarover het gaat, is het zo lastig om een goed leerdoel te stellen.

Ook kan de een gemakkelijker schrijven dan de ander. Sommigen hebben daar ronduit moeite mee: iets bestuderen is nog tot daar aan toe, maar daar open en bloot over schrijven is een brug te ver.



Toch vind ik dat een van de mooiste resultaten van de cursus. Je zo vrij voelen dat je wat durft en kunt te schrijven op een weblog. En dan het oppimpen van je blog, ook leuk - overigens voor sommigen dan weer zo leuk, dat ze vergaten dat er ook gewoon dingen ontdekt moesten worden.



Maar goed, er zijn leuke dingen met weblogs gedaan.

Ik noem er een paar:

Bibliotheek Hardenberg: Bibliotheekblog van bibliotheek Hardenberg (als 'verlengde' van de website)
Bieblog Hengelo: Lezen, luisteren en kijken in Hengelo!
Bieblog Wierdens Neutje: Bibliotheekblog van bibliotheek Wierden-Enter
Transisalania : Een blog over de geschiedenis van Overijssel met interessante nieuwtjes

Van de starters is nu meer dan de helft klaar en er zijn nog een paar mensen bezig om hun cursus af te ronden. Zo hebben we een groep mensen die hun digitale kennis hebben uitgebreid en een beter beeld hebben van wat er allemaal gebeurt op internet. Vanuit die basis verder werken aan en denken over bibliotheekdienstenontwikkeling is daarmee verder in gang gezet en hopelijk gebeurt op dat gebied de komende tijd nog van alles.

Bij de evaluatie spraken we onder andere over het Bibliothecaris 2.0 manifest:

  1. Ik zorg ervoor dat ik op de hoogte blijf van de informatiecultuur van onze gebruikers en probeer die kennis te ‘vertalen’ naar bibliotheekdiensten.
  2. Ik verdedig mijn bibliotheek niet koste wat het kost, maar kijk objectief naar wat we kunnen verbeteren.
  3. Ik werk actief mee aan de vooruitgang van mijn bibliotheek.
  4. Ik erken dat bibliotheken maar langzaam veranderen, maar probeer met mijn collega’s wel zo snel mogelijk op veranderingen in te springen.
  5. Ik durf nieuwe (vormen van) diensten voor te stellen, ook al zal dat bij sommige collega’s op weerstand stuiten.
  6. Ik geniet van de opwinding en het plezier van positieve veranderingen en straal dat uit naar collega’s en gebruikers.
  7. Ik gooi oude werkwijzen overboord als er betere zijn, ook al leken die oude werkwijzen ooit fantastisch.
  8. Ik experimenteer met veranderingen en accepteer daarbij dat ik fouten maak.
  9. Ik wacht niet tot iets perfect is voor ik het presenteer; later verbeter ik het wel op basis van gebruikersreacties.
  10. Ik ben niet bang voor Google of verwante diensten.
  11. Ik profiteer ervan voor onze gebruikers en bied tegelijkertijd hoogwaardige bibliotheekdiensten aan die gebruikers nodig hebben.
  12. Ik eis niet dat gebruikers zaken door de ogen van een bibliothecaris zien, maar ontwerp diensten die voldoen aan de voorkeuren en verwachtingen van de gebruikers.
  13. Ik breng de bibliotheek naar de gebruikers toe, zowel online als fysiek.
  14. Ik creëer open websites waar gebruikers zelf content kunnen toevoegen; dat is leerzaam voor henzelf en nuttig voor medegebruikers.
  15. Ik propageer een open catalogus zoals gebruikers die in een online informatieomgeving verwachten: gepersonaliseerd en interactief. Ik stimuleer mijn bibliotheek om te bloggen.
  16. Ik laat door mijn daden zien dat de bibliothecaris een essentiële rol vervult in de steeds veranderende informatiewereld.

Dat doen we toch al, zei iemand. We? Elke zin begint met Ik. Niet het collectief, maar het individu is het vertrekpunt. Durf je iets van jezelf te laten zien? Durf je het contact met de wereld aan, durf je de bescherming van de bibliotheekregels los te laten en te experimenteren met nieuwe dingen? Durf je te zoeken naar wat mensen beweegt en wat ze zoeken, durf je die uitdaging aan? Daar is dan vast genoeg te vinden waar je als bibliothecaris op in kunt spelen.

Hopelijk staan we aan het begin van mooie ontdekkingstochten!

zondag 1 februari 2009

Weblog voor de bibliotheek

De cursus 23 dingen bracht me op een goed moment op het idee om een weblog te starten naast de website.


Zowel in Dalfsen-Nieuwleusen als in Hardenberg maken we gebruik van het programma Netobjects. Een korte cursus volstaat om het dagelijkse onderhoud daarmee uit te voeren, je kunt snel leren hoe je een stuk tekst plaatst, een foto invoegt, kortom, als je even hiermee geoefend hebt, kun je al gauw met dat programma overweg. En voor de ondersteuning kan ik terecht bij de Webdesk van de OBD.


Waarom dan toch een weblog?

Het antwoord daarop is, dat het in een aantal opzichten sneller en gemakkelijker werkt.
  • Een weblog kent een gestandaardiseerde opmaak
  • Voor het weblog hoef ik niet na te denken over de plaats van de berichten
  • Er kunnen meer mensen tegelijk aan het weblog werken
  • Er zijn leuke en handige tools beschikbaar voor een weblog
  • Een verouderd bericht op een weblog wordt min of meer automatisch naar de achtergrond verwezen, op een website is niet-actueel zijn een doodzonde

In de zomer van 2008 ben ik gestart. Een weblog beginnen, die in grote lijnen naar mijn wensen en ideeen van dat moment aangepast. Vervolgens korte berichtjes op de website plaatsen, met daarin een link naar het weblog. Wanneer link ik naar een andere pagina van de website, wanneer naar het weblog? De opmaak, ben ik (voldoende) tevreden? Ach, laat maar nu, eerst maar eens kijken waar we terecht komen en zo kom je vanzelf op nog een voordeel voor de weblog: je kunt de opmaak snel geheel veranderen (terwijl je de website in principe pagina voor pagina moet aanpassen). Zo kom je al werkende wel ergens terecht.

Nu heb ik een half jaar ervaring en kan ik wat vertellen over de resultaten. Het aantal bezoekers van de website van de Bibliotheek Hardenberg is er niet door toegenomen. Het niveau daarvan ligt de laatste jaren op gemiddeld ongeveer 7000 bezoekers per maand.

Het is even een stapje opzij in dit verhaal, maar toch wel de moeite waard om te vertellen. De hoofdvestiging Hardenberg is in het najaar 2007 verhuisd naar het Lokaal Opleidingen Centrum te Hardenberg. Tijdens die verhuizing was de hoofdvestiging vier weken (oktober 2007) gesloten. De materialen werden vanaf september 2007 voor een langere periode uitgeleend, vanaf eind september had het geen zin meer om te reserveren, want de bibliotheek was toch gesloten. Verlengen hoefde niet, want de materialen konden allemaal tot in november bij de leners thuis blijven liggen. Dat resulteerde in aanmerkelijk minder bezoek aan de website. Hadden we ook in die tijd gemiddeld zo'n 7000 bezoekers per maand, dat dook in september en oktober van 2007 naar een niveau van onder de 2000 bezoekers.

Blijkbaar komen onze klanten om te reserveren en te verlengen (en dat laatste is - denk ik - nog veruit de belangrijkste hoofdmoot).

De uitdaging in dit verhaal: Kunnen we ze wat laten zien dat hun interesse wekt, iets waarmee we hen van dienst kunnen zijn? We hebben genoeg in huis, maar kunnen we dat ook via de website laten zien en daarmee het voor de klant gemakkelijker maken om datgene te vinden wat hij of zij zoekt? En mogelijk het gemak te vergroten om dat dan ook echt te krijgen? En ze daarbij (soms) ook nog een klein beetje extra voor te schotelen, met andere woorden ze in aanraking te brengen met leuke extraatjes en verrassingen?


Door met het weblog te werken, konden we meer stukken plaatsen. Soms kon ik een stuk tekst zo overnemen, met werkende links en al. Datzelfde realiseren op de website zou een hoop geknutsel gevergd hebben...


Nogmaals, het aantal bezoekers is niet toegenomen, maar er wordt wel meer geklikt. Er wordt dus echt meer gebruik gemaakt van de website. De groene balken staan voor het aantal hits van onze bezoekers. Het is duidelijk dat er sinds augustus 2008 meer geklikt wordt op elementen van onze website.


Het aantal bezoekers van het weblog stijgt ook nog steeds. We zitten nu op zo'n 17 bezoekers per dag. Verreweg de meesten komen natuurlijk direct via de website.

Maar we hebben een poosje geleden de schrijfster Rita Spijker op bezoek gehad in de bibliotheek Slagharen en als je bijvoorbeeld op haar zoekt in Google, kom je in de resultatenlijst ook een berichtje op het weblog tegen. Zo krijgen we dus ook bezoekers op het weblog van Bibliotheek Hardenberg.


Kortom: ik kan redelijk tevreden zijn met dit resultaat. Maar er blijft nog genoeg te doen en te wensen over.

Zo is het in Dalfsen-Nieuwleusen nog niet echt een succes geworden. Dat heeft er onder andere mee te maken dat je direct en gelijktijdig aan de website en weblog moet sleutelen om de zaken beschikbaar te stellen. Als dat over meer personen verdeeld is, wordt het al lastiger. Zeker als je daarnaast ook hard werkt aan complete herinrichting van je bibliotheken op basis van het winkelconcept.


Wat zijn de mogelijkheden om dit in de toekomst verder uit te bouwen?
  • Hier met meer mensen aan werken; daar moeten we dan tijd voor vrijmaken
  • Meer inzetten op (verhalen over) media, wat heb je er aan beleefd?
  • Starten met enkele weblogs en een identiteit van de weblog hanteren: Eentje voor aankondigingen en verslagen van activiteiten, andere(n) voor het al genoemde media-beleving. Bij die laatste zou je bij verschillende klantgroepen (jeugd, volwassenen) aan kunnen sluiten of bij de indeling van de dorpsformule aansluiten (Romantiek, Spannend, Huis-tuin&keuken, etc.).
  • Lezers uitnodigen om mee te gaan doen. Uitnodigen om een stukje te schrijven over een gelezen boek. Hopelijk verbreedt zich dat, mogelijk roept dat discussie op...

We willen op termijn graag meedoen in provinciale samenwerking op het gebied van de bibliotheek-website. Misschien kunnen we met een CMS datgene wat we nu aan het ontdekken zijn met ons weblog wel daarbinnen integreren, maar het zou ook kunnen zijn dat er (voorlopig) nog meer dan voldoende ruimte is om met een weblog specifieke bibliotheekzaken onder de aandacht te brengen. En het mooie is: je kunt vandaag beginnen.

In feite zou je kunnen zeggen dat het via een weblog mogelijk is om iets heel 'ouds': leeservaringen met elkaar delen en bespreken te combineren met iets 'nieuws': iedereen kan rechtstreeks via internet/weblog met iedereen communiceren. Wat let ons om dat te initieren en verder uit te bouwen?

dinsdag 27 januari 2009

Afsluiting 23 dingen


Al vaker heb ik over de afsluiting van de cursus 23 dingen geschreven, maar er zijn toch nog zaken die toelichting behoeven.


De opzet van de cursus voorziet in een benodigd tijdsbestek van drie tot vier maanden. Dat is voor velen een te strak tijdschema. Anderzijds blijkt dat mensen die op een gegeven moment tot Ding 10 of daaromtrent komen, zover vertrouwd zijn geraakt met de manier van werken en de uitdagingen die ze telkens tegenkomen, ook de volgende dingen wel aankunnen - en dat vaak ook steeds gemakkelijker.


De provinciale organisatie heeft ook een werkwijze ontwikkeld. Van de voorjaarsgroep 2008 die is gestart, zijn er velen die de eindstreep (20 dingen) gehaald hebben. Een half jaar na dato is er hier en daar ook nog een enkeling die niet zover gekomen is. Daar komt de afspraak rond de Zen in beeld, die bleef eigendom van DOBO zolang de cursus nog niet was afgerond.

De mensen die de cursus niet hebben afgerond, kunnen de Zen voor de helft van het geld kopen (€ 40). 31 januari 2009 is de deadline voor de cursisten voorjaar 2008, voor Hardenberg zijn dat - zoals het er nu uitziet - één of twee mensen.

Begin februari zal ik de afhandeling hiervan overdragen aan de directie.

Voor een aantal anderen geldt dat de uitloop van een half jaar nog ruim benut kan worden. De cursus is en blijft beschikbaar, je kunt de dingen nog steeds bestuderen en je kunt erover schrijven op een weblog.


Er is geen plan om een nieuwe groep te starten. Ook heb ik geen plannen om nog veel begeleidingstijd te investeren. Ook wat betreft de reacties op een stukje op een weblog neem ik me voor om daar minder actief naar te kijken. Dat is niet omdat ik het niet leuk zou vinden, maar ingegeven door het feit dat ik mijn tijd en energie liever in andere richtingen wil gaan inzetten.


Ik hoop dat we bij de afsluiting en daarna verder kunnen denken en werken aan integratie van de mogelijkheden van een aantal dingen in onze bibliotheekpraktijk. Dat lijkt me zinvol en nodig!
Het is overigens niet nodig dat je de cursus afgesloten hebt, om de afsluitingsmorgen mee te maken, integendeel. Wie weet doe je mogelijk ook tijdens die bijeenkomst inspiratie op om dingen op te pakken en/of te vervolgen...